De Sunshine Coast Trail

Toen ik enkele maanden terug op een zoekrobot ‘best hikes in BC’ intikte, kwam naast de West Coast trail en nog een paar andere klassiekers de Sunshine Coast Trail tevoorschijn op mijn scherm.  De naam alleen al nodigt uit om verder te lezen, de trail is genoemd naar een gebied met dezelfde naam, de Sunshine Coast die ten Westen van Vancouver ligt, op twee ferry’s ervandaan om precies te zijn.  Er is een eiland en een schiereiland die samen de Sunshine Coast uitmaken, maar de trail bevindt zich helemaal op het verste eiland met als hoofdplaatsje Powell River.  Een ingedommeld stadje waar vooral gepensioneerden zich vestigen vanuit Vancouver op zoek naar rust en natuur.  Met de verkoop van hun woning in Vancouver hebben ze meteen hun pensioenplan gelicht, want vastgoed is daar stilaan onbetaalbaar geworden.  De Sunshine Coast trail bestaat al een hele poos en was er vooral op gericht om de lokale bevolking te laten genieten van stukken natuur die zonder de trail onbereikbaar zouden zijn.  Middels vele toegangswegen kunnen ze dagtochten, week-ends en langere tochten zelf samen stellen.  Sinds 2010 zijn er met de financiële steun van de overheid shelters geplaatst, die het mogelijk maken om meerdaagse tochten te doen over de trail.  Enkelen zijn enkel geschikt voor de zomer, degene op grotere hoogte zijn winddicht en voorzien van een pelletkachel.  Door de jaren heen zijn er steeds shelters bijgekomen, zodat het nu ‘bijna’ mogelijk is het ganse traject van 180km van hut naar hut te wandelen.  Er zijn nu eenmaal nog stukken die met een zware rugzak ‘iets’ te lang zijn, dus ben je nog steeds aangewezen op je eigen tent voor bepaalde overnachtingen.  Ook het startpunt van de trail in Zuidwaartse richting is ‘nogal moeilijk’ bereikbaar.  Je moet er met een boot, een watervliegtuig of een flink uit de kluiten gewassen 4×4 naartoe gebracht worden.  Klinkt als een beetje avontuur, vooral als je eraan wil beginnen in de ‘lente’ als de bergen nog vol sneeuw liggen.  Mijn verhaal gaat als volgt :

Zondag 2 april 2017 Start SCT 

Terry is al vroeg uit de veren en zorgt voor pannenkoeken met blauwe bessen, allemaal lactosevrij natuurlijk, vanwege haar allergie.  Vanwege de schuurmachine die ik haar cadeau heb gedaan, voelt ze zich wellicht verplicht om me een eind op weg te zetten met haar kleine Toyota.  Ik ging ervan uit dat ik al liftende ook wel een eind zou geraken, maar op zondag ligt zelfs de hoofdweg naar Lund er verlaten bij.  Op twee tegenliggers na, heb ik geen enkele wagen gezien op de toch wel 30 km naar Lund.   Terry heeft hier een hele tijd in de bossen ‘off the grid’ gewoond en kent de kleine baantjes uit haar hoofd.  Ze stuurt net voor Lund de kleine tweewiel aangedreven Toyota rechtsaf de gravel op.  Na enkele forse klimmen zitten we op wegen die enkel door loggers gebruikt worden.  Voorzichtig kijkt ze bij elke hoek of er geen groot en log gevaarte naar beneden komt gedenderd.  Het is zondag en dat is zelfs voor de houthakkers een heilige dag, zo blijkt.  We geraken een eind op Sarah Point Road, maar dan begint er modder te verschijnen.  Ik maan haar aan hier om te draaien, anders komen we hier beiden misschien vast te zitten. Ik neem afscheid nadat ik haar geholpen heb om het kleine gevaarte te draaien midden op de bosweg.  Vanaf nu begint het avontuur, geen reisgezel, geen plan B, alleen ik en het bos, vele kilometers bos en een paar beren.  Ik heb mijn busje berenspray vastgemaakt aan mijn rugzak, zodat ik hem vliegensvlug kan bovenhalen, indien nodig.  De zwarte beren ben ik nogal gerust in, alleen komt hier af en toe een verdwaalde bruine terecht en dat is een ander verhaal.  Ik schakel de gps op mijn smartphone in en probeer de kaarten die ik gedownload heb, meteen uit.  Het eerste pad dat ik wil nemen bestaat al lang niet meer en de weg die ik moet volgen staat niet op mijn kaart, da’s een mooi begin.  Een half uurtje volg ik de loggersweg doorheen het bos om dan op een graafmachine te stoten die de berm aan het omploegen is.  De man hoort me niet en wat ik ook probeer, hij blijft heen en weer zwaaien met zijn machine.  Ik wil het niet wagen om langszij te gaan en doorheen het bos is er geen doorkomen aan.  Na een kwartier heeft hij mij toch in de gaten en legt hij zijn machine stil.  We praten even en ik vertel hem van mijn plannen van de Sunshine Coast Trail (SCT).  Hij werkt al 25 jaar in deze bossen en heeft nog nooit een stap op de trail gezet, rare jongens die Romeinen.  Wat verder ben ik zo druk met mijn gps bezig dat ik niet in de gaten heb dat ik een koppel kleine herten bijna heb plat gelopen.  Ze springen twee meter opzij, maar blijven dan doodgemoedereerd staan om mij net zo goed te bekijken, als ik hen.  Ze hebben geluk dat ik enkel plaatjes schiet, anders lagen deze beestjes vanavond waarschijnlijk in een of andere vriezer.  Ik zet mijn tocht verder en na anderhalf uur begin ik aan een steile afdaling die uiteindelijk naar Sarah Point leidt, het officiële startpunt van de sct.  Er zijn enkele houten platformen om tenten neer te zetten en het uitzicht is prachtig.  Het zonnetje is van de partij en ik geniet even van de warmte op één van de platformen.  Ik wil nog even verder, kwestie van de tocht van morgen wat in te korten.  Feather Cove ligt 2,7km verder, alle beetjes helpen.  Probleem is echter om de start van het pad te vinden, ik loop al tien minuten rondjes om de volgende marker te vinden, doch zonder succes.  Door stom toeval kom ik bij een vierde platform terecht en ook daar geraak ik niet verder.  Bij het terugkeren denk ik dezelfde weg als de heenweg te volgen, maar ik kom toch op nieuw terrein.  Ik heb zowaar bij stom toeval het pad gevonden en kan nu de tocht naar Feather Cove afwerken.  Daar zijn ook meteen platformen zichtbaar die net naast het pad onder de bomen zijn opgericht.  Er is een stroompje met vers water en ook een keienstrand, waar aangespoeld drijfhout het decors uitmaakt.  Ik zet mijn tent op één van de platformen en bewerk een liter water met mijn steripen (UV waterbehandeling). Ik span een drooglijn om de bezwete kleren te laten drogen en trek droog spul aan.  Ik maak een wandelingetje op het strand en ik ontdek verderop op een klip een picknick bank.  Een vreemde plek voor die bank, dus ga ik op onderzoek mits een klautertocht over de keien.  Ik ontdek dat er een tweede kampeerplaats is met verschillende platforms die een prachtig uitzicht bieden over Desolation Sound.  Het is te mooi om te laten liggen, ik breek mijn tent af om ze terug op te zetten op het platform met het mooiste uitzicht over de baai.  Er is een kraaknet buitentoilet en de picknick bank komt uitermate van pas om mijn avondmaal te koken.  De golven klotsen tegen de oever en de zon zakt langzamer hand.  Alles gaat onder het dekzeil en ik slaap voor het eerst in mijn nieuwe tent.
 
 

Maandag 3 april 2017 Feather Cove-Manzanita

Heerlijk geslapen en het weer is nog steeds uitzonderlijk goed, volgens de normen van de Westkust in BC.  Tijdens het klaarmaken van het ontbijt komt een zeehond zijn hapje opvissen in de kleine baai net voor de picknick tafel.  Hij houdt me nauwlettend in de gaten en als ik een verdachte beweging maak, duikt hij vlug onder water.  Na een tijdje heeft hij er iets meer vertrouwen in en durft hij zijn visgebied uitbreiden tot net voor de kampeerplaats.  Verschillende vogelsoorten strijken ook neer in de baai en ik geniet rustig van mijn droogvries.  Alle spullen inpakken en dan maar de eerste ‘echte’ etappe van 13 km aanvangen.  Meteen kom ik in betoverend regenwoud terecht, waar alles met een groene moslaag is bedekt.  Er staan ceders die in honderd jaar niet aangeraakt zijn en het pad slingert tussen al deze reuzen.  Het gaat lichtjes op en neer, maar niets wijst erop dat we vandaag bovenmenselijke toeren zullen moeten uithalen.  Het blijft toch een mooie afstand, vooral als je nog niet ingestapt bent, dus ben ik toch behoorlijk opgelucht dat ik na een iets steilere klim bij de hut aankom.  Ze staat op een prachtige plaats met zicht op Lund, Texada en Vancouver Island.  De helft van de hut is van glas voorzien, zodat je toch een beetje becherming tegen de wind hebt, mocht die er zijn.  Vanavond is alles windstil en ik installeer mijn slaapmatje en slaapzak op de zolder die aan de zijkanten open is voor maximale ventilatie tijdens de zomer.  Warm is het bijlange niet, maar de slaapzak zou me voldoende warm moeten houden bij de huidige temperaturen.  Ik slaag er in om een vuurtje te maken met achtergelaten houtblokken in de daarvoor voorziene ‘fire ring’.  Het avondmaal bereid ik middels de benzinestoof, droogvries voor de verandering.  Ik kan opnieuw mijn natte kleren drogen aan het kampvuur, zo hou ik telkens een droog paar over om te wisselen bij aankomst in de kampplaats.  Van zodra het donker wordt, zoek ik de slaapzolder op, zo kan mijn lichaam optimaal bekomen van de geleverde inspanningen.  De zware rugzak en het oneffen terrein maken dat het toch niet vanzelfsprekend is om zonder enige lichamelijke hinder de dagtochten af te ronden.  Ik moet de rugzak nog wat bijstellen, want mijn schouders krijgen teveel gewicht te verduren.  Problemen voor morgen, want nu gaat het licht uit.
 
 

Dinsdag 4 april 2017 Manzanita-Rieveley Pond

Er is vanmorgen nog steeds een prachtig uitzicht, maar je kan aan de opkomende wolken al zien dat het van tijdelijke duur zal zijn.  Na het ontbijt en opplooien van het kamp begin ik aan een felle tocht die steil naar beneden loopt.  Ik kom in een gebied waar duidelijk flink gekapt wordt, want de kale vlekken zijn alom zichtbaar.  Het pad is aangepast om die gebieden niet te kruisen, waarschijnlijk voor de veiligheid van de wandelaars tijdens de werkzaamheden.  Vandaag is het stil en de bomen die door winterstormen over het sct pad zijn gevallen, werden reeds ‘aangepakt’ door de vrijwilligers van PRPAWS (Powell River Parks And Wilderness Society).  Ze zagen de breedte van het pad van tussen de stam en alle takken die in de weg komen worden gekortwiekt.  Een hele klus en volgens de voorzitter van PRPAWS, waarmee ik contact heb via e-mail, is de eerste 65 km van de trail opgeruimd.  De tocht is verder een kopie van gisteren, oude bossen met mos overgoten en af en toe een vista op een stuk oceaan, maar deze keer aan de Noordzijde van het eiland.  Bijna 17,5km staat er op de agenda en de instapsessie van de eerste twee dagen komt nu goed van pas.  Om de km hangt er een kilometeraanduiding, op de enkele bordjes na, die ‘verdwenen’ zijn.  Verder wordt het pad met vierkante rode markers aangegeven die op de bomen worden genageld.  Vierkantjes in de Zuidelijke richting en Diamanten (zelfde markers 45° gedraaid) in de Noordelijke richting.  Na de middag begint het te regenen, niet meteen een stortvloed, maar toch best vervelend als je aan het stappen bent.  Ik probeer de pauzes te beperken tot twee snacksessies, anders koel ik teveel af.  Omdat ik een ‘zweter’ ben, draag ik enkel een T-shirt met korte mouwen en een gore-tex regenvest.  Een fleecelaag zou me nog meer doen zweten en zou ook heel wat moeite kosten om terug droog te krijgen na elke tocht.  Een stuk in de namiddag bereik ik Rieveley Pond, genoemd naar de vijver die vlak naast de hut ligt.  Het is ook meteen de bron voor vers water, dus voor alle zekerheid passeert alles via de steripen.  Deze hut heeft geen houten vloer en geen ramen en is dus een stuk primitiever dan Manzanita.  De slaapzolder is gelijkaardig van inrichting en evenmin afgesloten voor wind langs de zijkanten.  Het voelt allemaal een stuk frisser aan vanwege de regen en de vochtigheid.  Ik ben nog maar net aan het koken, als er een stevige storm opsteekt.  Ik kan nu alle mogelijke lagen gebruiken en van kampvuur of mogelijkheid tot drogen zit er niet veel in de pijplijn.  Gelukkig stap ik morgen al terug naar Powell River en heb ik nog reserve droge kleren om morgenvroeg aan te trekken.  Het wordt een hele frisse nacht en de liner komt nu goed van pas in de slaapzak.  Ik duffel me diep in beide zakken en slaag erin om het comfortabel warm te krijgen.
 
 
Woensdag 5 april Rieveley Pond – Powell River
Het heeft de ganse nacht geregend en gewaaid en echt uitgeslapen ben ik niet.  Het regent nog steeds en ik moet noodgedwongen een verse T-shirt aantrekken, gezien die van gisteren niet droog geraakt is.  De benzinestoof is ideaal om mijn ijskoude vingers een beetje op te warmen, een kop warme koffie en een mok havermout warmt de binnenkant verder op.  De etappe van vandaag is ongeveer even lang als die van gisteren, misschien zelfs een paar honderd meter meer.  Na een tocht van 17,5 km moet ik normaal gezien aan de brug van Powell River aankomen, waarna ik van plan ben om terug te liften naar het huis van Terry voor een deugddoende douche met dampend heet water.  Eerst nog een dagje de regen trotseren, vooral mijn voeten weten dat maar matig te appreciëren, aangezien de schoenen het al een tijdje opgegeven hebben om waterdicht te zijn.  Opnieuw prachtig  regenwoud en naar het einde toe zelfs mooie vista’s op Powell Lake, maar ik ben ondertussen zo nat geworden, dat ik vooral oog heb om zo snel mogelijk naar beneden te geraken.  De laatste afdaling is een van de steilste tot nu toe en de regen maakt de ondergrond spekglad, zodat het uitkijken geblazen is om geen ongelukken te doen.  De laatste heuvel is een favoriete dagbestemming voor vele inwoners van Powell River, maar vandaag is niemand gek genoeg om de regen te trotseren.  Op mijn eentje moet ik dus naar beneden, de Shinglemill, een restaurant en bistro op een steenworp van de brug in mijn vizier.  Ik stop niet om te vieren, want ik ben drijfnat en wil vooral droge kleren en warmte, dus stap ik meteen door naar de brug, alwaar ik meteen begin te liften.  De blitse pick-ups met hun enorme V8 motoren brommen, zoals gebruikelijk ,lekker voorbij en naar goede gewoonte is het een gepensioneerde meneer die het niet over zijn hart kan krijgen om een verzopen waterkieken niet mee te nemen.  Hij zet me af voor de deur van Terry en wat dan volgt, is pure verwennerij.  De geur van shampoo en zeep is een godsgeschenk en het warme water wamt me op tot op het bot.
 
 
Donderdag 6 april Nieuwe stock inslaan van energierepen en havermout ontbijt.
 
nvdr : de vorige verslagen zijn na de tocht geschreven, terwijl de volgende dagrapporten van mijn smartphone afkomstig zijn, geschreven na elke dagtocht. 
 
 
Vrijdag 7 april Powell River – Inland Lake
Het is mijn vijfde dag op de sct, mijn eerste na de rustdag in Powell River. Ik heb nog geen enkele keer behoefte gevoeld om ’s avonds te schrijven, tot nu. Het weer dat voor vandaag was aangekondigd, was onheilspellend, de realiteit ellendig.  Ik had er graag nog een rustdag bijgenomen, maar ik dacht aan een quote uit een boek van Dixie Dansercoer :”invite difficulty into your life”.  De achterliggende gedachte is dat je beter met tegenslaq zult omgaan als je af en toe een moeilijkere weg kiest. Vanmorgen nam ik dus afscheid van Terry, nadat ze me een extra huissleutel meegaf voor als ik onverwachts zou terugkomen. Een tooney oftewel een muntstuk van twee dollar brengt me twee busritten verder aan de brug van PR,  waar ik gestopt ben voor mijn rustdag. Ik word door de bus aan de juiste kant van de brug afgezet, zodat ik geen enkel stukje sct gemist heb.  Van zodra de bus aanzet, gaan de hemelsluizen open, alsof op verzoek.  Ik zoek een boom met voldoende bladeren om me even tijd te geven in mijn regen outfit te klimmen. De regenhoes past niet meer over de rugzak omdat de enorme sneeuwschoenen dwars onder de bovenste klep vastgemaakt zijn.  Ik heb proviand voor 10 dagen mee en voldoende brandstof om eventueel sneeuw te moeten smelten om aan drinkwater te geraken.  Het is een stap in het onbekende, ik weet alleen dat mijn eindbestemming van vandaag ook het einde is tot waar het pad vrijgemaakt is van omgewaaide bomen tijdens de winterstormen.   Volgens Eagle, de beheerder van de sct zijn op het stuk van morgen zeventig bomen omgewaaid, die nog niet opgeruimd zijn vanwege de sneeuw die er nog ligt. Geen enkele garantie dat ik met mijn loodzware rugzak boven zal geraken, want het pad is steil.  500 hoogtemeters op drie kilometer afstand,  dat is klimmen.  Als er dan nog een stam of zeventig dwars over de weg liggen, kan dat best lastig worden. Het goede nieuws is dat er slechts een acht kilometer moet afgelegd worden naar de volgende hut, die gloednieuw zou moeten zijn. Maar eerst vandaag afwerken, de regen stopt niet, waar wisselt van druppelen tot stortvlagen.   Ik zweet hard tijdens het klimmen met 25kg op mijn rug en vijf op mijn buik, de keerzijde van een reflex camera te willen meenemen.  De goretex zorgt er alleen voor dat ik niet teveel afkoel tijdens de vlakke stukken.  Mijn wolfpels rond mijn kap houdt me lekker warm, zelfs als hij kleddernat is. Ik stop zo weinig mogelijk om geen kou te krijgen met enkel een kletsnatte T-shirt  onder de goretex. Na 11km stop ik voor een energie reep en een slok water.  Mijn rug en bij uitbreiding mijn schouders zien af, door de regenbroek zakt de zware rugzak over mijn bekken en komt er een heleboel gewicht aan mijn schouders te hangen.   Ik bijt door, want ik weet dat Inland lake op een boogscheut van hier ligt.   Na 14 kilometer en twee steile klimmetjes sta ik aan het reusachtige meer, waar een perfect wandelpad rondom gelegd is.   Ik denk al lang niet meer aan de regen en alles wat pijn doet, ik wil alleen nog aan de hut geraken en wat comfort opzoeken. Aan de totempaal, net voor de afslag van de sct naar  Confederation lake moet ik forfait geven, mijn schouders trekken het  niet meer.   Verplichte pauze van tien minuten en dan de laatste kilometer afwerken naar Anthony island, waar je middels een brugje naar toe kan.  Het hutje is oud en op zijn zachtst uitgedrukt, karig ingericht.  Er staan drie houten banken in het hutje, de klapdeurtjes sluiten niet, maar er zit glas in de ramen en het dak lijkt waterdicht.  Eerst droge spullen aantrekken, minstens drie lagen boven elkaar.  Muts op het koppie en dan proberen onze locatie door te geven met de spot (GPS tracker).  Er is net genoeg gsm bereik voor een berichtje aan Terry en het thuisfront, mocht de spot niet doorkomen wegens de vele bomen rondom het hutje.   Daarna de deurtjes barricaderen om de tocht een beetje te beperken.  De storm die eraan komt, laat de bomen flink heen en weer schudden en de flinke kieren in de wanden van het hutje geven de wind vrij spel om de binnenkant af te koelen.   Tijdens het opwarmen van het water voor soep en droogvries probeer ik mijn natte T-shirt te drogen door hem over het windscherm rond het keteltje te hangen, zo kunnen de vlammen niet aan de stof en komt alle warmte van de brander binnenin de natte T-shirt.  Hij begint meteen te dampen, dit zou wel eens kunnen lukken.   Na drie kookbeurten is het shirt merkelijk droger en kan ik hem op mijn lichaam verder drogen, succes.  Mijn kousen en binnenzolen gaan in de slaapzak, mijn handschoenen over mijn schouders.  Kampvuur is hier verboden en met de regen is er geen brok droog hout te vinden.   Ik moet dus in de slaapzak om dit verslagje te typen, want zonder beweging hou je het niet warm als het slechts zes graden is en de wind over je muts blaast.   De warme voeding doet deugd,  een vleugje muziek zo mogelijks nog meer.  Morgen wordt erop of eronder, het maakt me meer nerveus dan de berenpoep die ik vandaag op mijn pad vond.   Je weet nu eenmaal dat die beesten hier rondlopen, alleen niet wanneer je ze gaat tegenkomen.  Liefst niet morgen, want dan staat mijn agenda al vol. 
 
 
Zaterdag 8 april Inland Lake – Confederation Lake
Een vreselijke nacht achter de rug, naast de stormwind en dito regen, kreeg ik ook nog eens bezoek van knaagdieren. Ik dacht dat ik geritsel had gehoord, maar vanmorgen was ik het zeker, mijn zakje trailmix voor de havermout aan te vullen is beroofd geweest door een diertje met een zwak voor nootjes, want vooral die zijn verdwenen.  De storm is gaan liggen en na het ontbijt en ochtend toilet, plooi ik alles in de rugzak.   Ik moet een stukje terug tot aan de splitsing met de sct en het lake trail.  Vanaf hier is er geen onderhoud aan de trail gebeurd en dat is meteen zichtbaar.  De eerste omgewaaide bomen dienen zich aan, maar telkens kan ik een route uitstippelen om rond, onder of over de obstakels te geraken.  Verderop wordt het steiler en dan is het pad meestal smaller, waardoor het moeilijker is om de omgevallen bomen te ontwijken. Slechts een enkele keer moet ik mijn rugzak uitdoen om onder een stam te kunnen kruipen. Het steilste stuk dient zich aan met haarspeldbochten en enkele laddertjes. Lang is het stuk niet, maar er is sneeuw opgedoken. Vreemd om op deze hoogte sneeuw aan te treffen, maar vooral naast de beddingen van de stroompjes blijft alles wit gekleurd omdat het hier koeler is. De miserie begint pas echt als je boven komt aan Confederation lake, dan heb je nog drie kilometer tegoed door een compleet ondergesneeuwd bos. Af en toe zak ik tot aan mijn knieën door de sneeuwlaag en met de zware rugzak is dat geen kattebelletje.   Ik ploeter verder, maar opschieten doet het niet. Ik verkies de sneeuwschoenen niet aan te trekken, want geregeld moet ik over stammen en rotsen klauteren, niet ideaal voor nieuwe sneeuwschoenen.  Zes uur na mijn vertrek kom ik aan bij de nieuwe hut, die vlak naast de oudere gebouwd is.  De nieuwe hut heeft een pelletkachel en er zijn pellets in de aanbieding,  deze kans om alles te laten drogen laat ik niet schieten.  Ik kan ook water koken op de kachel en een vorige bezoeker heeft voedsel achter gelaten om gewicht kwijt te spelen.  Niet zo’n best idee, want dat trekt ongedierte aan.  Ik besluit het dan maar op te eten, ook al heb ik voldoende voedsel mee.   Tijdens het drogen van mijn muts was ik even afgeleid door het koken, waardoor er nu een halve gesmolten muts aan de kachel kleeft.   De rook vult de kleine hut, waardoor ik vensters moet open zetten om niet te stikken.   De ganse hut is geïsoleerd en ik krijg de binnenkant 14 graden boven de buitentemperatuur van 4gr Celsius.  Ik maak een testwandeling met mijn sneeuwschoenen door de diepe sneeuw rond de hut, misschien moet ik morgen toch maar een poging doen voor het eerste stuk vanaf de hut. Ik installeer mijn slaapmatje op de slaapzolder en typ mijn verslagje met de voetjes voor de kachel. Dit is mijn Hilton voor een nacht,  zicht op het deels dichtgevroren meer, bedekt met sneeuw en de keet helemaal voor mezelf en dat op een zaterdag. 
 
 
Zondag 9 april Confederation Lake – Fiddlehead Landing 
Behoorlijk lang geslapen, want er is volop licht op de slaapzolder. Door het aangedampte raam zie ik het besneeuwde en deels bevroren meer met daarachter een rij bomen bedekt met rijm die het eerste zonlicht opnemen. Hiervoor doe je het, voor die enkele magische momenten sleur je dagenlang veel te zware rugzakken bergop en bergaf, eet je droogvries uit zakjes en slaap je met je natte sokken over je schouders in je slaapzak.  De pelletkachel schiet met luid gegrom weer in actie en ik gebruik wat havermout die achtergelaten is in de hut.  Zo heb ik een volledige dag voedsel gespaard, je weet nooit waarvoor het van pas komt.  Door een van de ramen van de benedenverdieping zie ik het buitentoilet, alleen niet meteen een weg er naartoe.  Er ligt dik 60cm sneeuw rond de hut en er zijn geen sporen van vorige bezoekers. Ik besluit te wachten tot alles ingepakt is, dan kan ik een poging met de sneeuwschoenen wagen en meteen op zoek gaan naar de start van het pad naar beneden.   Ik trek voor het eerst plastic binnenkousen aan en ook sneeuwgetten over mijn plastic regenbroek.  Op deze manier hoop ik droger te blijven dan gisteren, toen ik ontelbare keren door de sneeuwlaag zakte.   De verkenning naar het ochtend toilet ging vlot, ik heb ook een idee hoe ik op de route kan geraken met mijn zware rugzak.  Het is wat balanceren op de sneeuwschoenen van zodra ik het volle gewicht op mijn rug neem, maar ik zak minder diep in de sneeuw dan eerst verwacht. Wat verder moet ik over uitstekende wortels en ook dat lukt met de schoenen.   Een omgevallen boom is minder simpel om over te kruipen omdat de sneeuwschoenen scharnieren aan de voorkant, waardoor de achterkant tegen de boom aan flikkert.   Tegen een gezapig tempo werk ik zo’n halve kilometer af, waarna de sneeuwlaag merkelijk dunner wordt.   Ik parkeer de sneeuwschoenen terug op de rugzak en stap nu een stuk sneller naar beneden.  Ik kom nog enkele geïsoleerde sneeuwvelden tegen, maar zonder veel erg.  Problematischer zijn de lage struiken die nog niet gemaaid zijn en je kleddernat maken. Ze grijpen ook mijn wandelstokken die broodnodig zijn voor het evenwicht.   Moeilijk gaat ook, het zonnetje komt af en toe door het bladerdek en op een kleine open ruimte stop ik voor een snack in de zon.   Het is vandaag zondag en met dit weer had ik mensen verwacht die langs deze weg naar boven zouden komen,  maar opnieuw kom ik de ganse dag geen levende ziel tegen.   Onderaan de helling is het een kleine wandeling naar Fiddlehead Landing met zijn hutje op stelten vlak naast het water.   Het is een winddichte slaapzolder met een overdekt terras eronder.  De hut kijkt uit op een uitloper van Powell Lake en er drijven woonhuizen die vastgemaakt zijn langs de oevers.  Het dichtstbijzijnde huis is niet op bezoekers gesteld, gezien de vele borden die ze hebben aangebracht. Ze hebben de sct speciaal verlegd om aan de eisen van deze mensen tegemoet te komen.  Vandaag is er niemand aanwezig in het huis en het lijkt me vreemd dat je last kan hebben van een hutje, waar sinds vorige zomer drie mensen gepasseerd zijn.   Waarschijnlijk is de zomer drukker, maar ik kan de bewoners niet aanraden om in België te komen wonen.   De rest van de namiddag probeer ik alle mogelijke manieren om met nat hout een vuurtje te stoken, ik zou immers graag mijn T-shirt en kousen drogen.   Wat ik ook probeer, nat hout krijg je heel moeilijk aan de gang.  Gefrustreerd kook ik mijn avondmaal op mijn getrouwe stoof.  Ik ben op het verste punt aangekomen tot waar iemand dit seizoen is geweest,  hier zijn ze opgepikt met een 4×4 of een boot. Morgen wil ik een poging wagen om naar Tin Hat te klimmen, de hoogste plek tot nu toe.  De hut ligt boven de 1100m en vandaag ben ik sneeuw tegen gekomen tot op 500m. Dat betekent dus veel kilometers in de sneeuw en totaal geen idee wat er komen zal.  Ongetwijfeld omgevallen bomen, maar mogelijks rotsblokken en steile afgronden.  We gaan ons leven niet wagen, maar we gaan toch een kijkje nemen en indien het onmogelijk blijkt, keren we rechtsom.  Mijn spot is nu de enige manier om iets naar de buitenwereld te sturen, mogelijks heb ik morgen opnieuw bereik vanuit een hogere positie met zicht op Powell River. De muggen beginnen stilaan mijn geur op te nemen,  tijd om mijn matrasje open te rollen op de slaapzolder.
 
 
 
Maandag 10 april Fiddlehead Landing – Tin Hat Mountain 
Het heeft de ganse nacht geregend en onder de ochtend is het alleen maar erger geworden. Ik heb gemengde gevoelens of ik de tocht naar Tin Hat wel moet aanvangen.   Ik besluit de ochtend rituelen uit te voeren en mijn rugzak te pakken en dan de situatie te herbekijken.   Ik hou mijn droge kleren aan, want eens ik wissel moet ik beginnen stappen om niet af te koelen.   Rond 9u30 hak ik de knoop door, we gaan ervoor, regen of geen regen.   De eerste ontgoocheling komt aan de splitsing met de sct, daar blijkt dat de kilometers naar Fiddlehead Landing niet meetellen, mijn tocht is dus twee kilometer langer geworden.  Het regent meedogenloos en er zijn naar goede gewoonte veel bomen om over te klimmen.  Eentje heef een ganse brug in zijn val meegesleurd,  best een klauterpartij om rond de boom en over de beek te geraken.   Nog steeds geen sneeuw, maar de duizend hoogtemeters krijg je natuurlijk niet cadeau.   Vervelend wordt het pas echt als het pad terug omlaag gaat, dan weet je dat je die hoogtemeters dubbel gaat doen.   De haarspeldbochten voorspellen een nog steiler stuk en dan komt de eerste sneeuw eraan.  Eerst lukt het nog op de bergschoenen, hogerop glij ik gewoon omlaag op de steile stukken. Ik haal de sneeuwschoenen uit en mijn snelheid gaat nog naar beneden.   Mijn tong hangt al op mijn schoenen en de kilometers tellen maar niet af.   Ik kom op de splitsing met een pad naar de hut en een lager gelegen pad dat met de hoogtelijnen mee loopt.  Ik twijfel niet, na deze beproeving kruip ik nog liever op handen en voeten naar boven, dan op te geven.   Ik wist natuurlijk niet dat het venijn in de staart ging zitten, bovenaan de berg is de sneeuw massa fenomenaal.  Op sommige plaatsen moet ik op handen en voeten onder de boomtakken kruipen, zo hoog ligt de sneeuw hier nog eind maart.  Uitzonderlijk, zelfs voor Canada, maar we moeten het ermee doen.  Ik moet enkele steile passages overwinnen, waar ik telkens tot kniediep in de sneeuw zak, zelfs met de sneeuwschoenen.   Twee stapjes en dan puffen, jezus dit is lastig en de mist belemmert elk zicht naar boven.   De rode markers verdwijnen onder de sneeuwlaag en ik moet voortgaan op mijn gevoel en de gps van mijn smartphone om een pad naar boven te kiezen.   Misschien niet via de juiste weg, maar ik beland wel aan de hut die op een steenworp van de top van Tin Hat Mountain staat.  Ik strip me tot op het bloot vel en trek droge kleren aan. Ik kan alles uitwringen, tot mijn onderbroek toe,  vervolgens moet de stoof aan.  Een half uur later schrik ik van gestommel op de trap,  er is nog een bezoeker, dat had ik niet verwacht.  Het blijkt een Canadese die in het logboek van Confederation Lake had gelezen dat ik een poging ging wagen naar de Tin Hat hut  en daardoor besloot haar groep achter te laten om hetzelfde te doen.  Ze is dankbaar voor mijn spoor, anders had ze waarschijnlijk haar tent opgezet en het opgegeven.   Voor het eerst in acht dagen zie ik een levende ziel en eerlijk gezegd doet dat wel deugd.   We stoken samen de hut roodgloeiend en smelten sneeuw voor het avondmaal en thee. We laten de slaapzolder voor wat hij is en installeren onze slaapmatjes op de benedenverdieping, waar het ondertussen boven de 20gr C geworden is.  Morgen keert zij terug naar Confederation Lake en ik ga verder Zuidwaarts. Ik heb vandaag het halfwegpunt bereikt, benieuwd hoe ver we geraken in deze omstandigheden.
 
 
 
Dinsdag 11 april Tin Hat Mountain – Lewis Lake
Ik ben laat gaan slapen, deels om een gesprekje met het thuisfront te voeren en deels vanwege het gezelschap. Helena, een inwijkeling van Servië, maakt er een erezaak van om de pelletstoof zo heet mogelijk op te stoken voor het ontbijt.  De zon is zoals beloofd van de partij, alleen schuiven af en toe wolken voor het decors.   Het uitzicht is waanzinnig met de verse sneeuw, Helena is alleen bezorgd dat ze de sporen terug naar beneden niet meer zal terugvinden. Ik heb nog een ander probleem, ik moet de start van het spoor dat verder loopt nog zien te vinden.  Na een lui ontbijt en nog wat spullen drogen op de stoof scheiden onze wegen. Helena gaat terug naar haar vrienden aan Confederation Lake die de tocht naar Tin Hat niet zagen zitten.  Gewapend met mijn camera ga ik op sneeuwschoenen naar het buitentoilet en daarna op zoek naar  de start van de trail Oostwaarts. Ik vind de eerste marker en ga mijn zware rugzak halen. Mijn geluk is van korte duur, de tweede en volgende markers zitten ergens onder de sneeuw bedolven.   Ik probeer zelf een weg naar beneden te maken op mijn sneeuwschoenen, om de twintig meter check ik de gps om een idee te hebben welke kant ik op moet. Niet makkelijk om een richting te kiezen, want het staat vol met bomen en sommige stukken zijn veel te steil met de sneeuwschoenen. Tot drie keer toe verlies ik mijn evenwicht, een keer ga ik overkop naar beneden. Gelukkig is de sneeuwlaag dik genoeg en kom ik er met een nat pak vanaf.  Terug rechtklauteren op sneeuwschoenen met een zware rugzak is veel lastiger dan gedacht. Ook de wandelstokken bieden geen soelaas, die gaan helemaal de mulle sneeuw in.   Het vreet energie en tijd, maar op een zeker ogenblik spot ik opnieuw de lintjes van de trail. Voor korte duur, want ik ben even snel het spoor weer bijster.  De gps is mijn enige houvast om niet aan een steile afgrond vast te komen zitten.  Een heel stuk naar beneden pik ik het spoor terug op, de sneeuwhoogte is afgenomen en er komen meerdere markers in zicht.   Af en toe moet ik nog improviseren, maar na twee uur heb ik mijn eerste kilometer afgelegd.  Van zodra de sneeuwlaag het toelaat, trek ik de sneeuwschoenen uit om wat meer vaart te kunnen maken.  Het pad heeft nog omgevallen bomen in petto en ik schiet vandaag maar niet op.  Mijn benen hebben geen energie en het kost me alle moeite om Lewis Lake te halen. De eerste nood camping is niets meer dan een picknick bank, ik zou niet weten waar je hier een tentje zou kunnen neerzetten. Vandaag is de enige dag die geen regen zou brengen, ideaal voor een overnachting in de tent, want de twintig kilometer tot de volgende hut haal ik nooit. Het is halfvier in de namiddag als ik de streep van zes kilometer haal. De andere kampplaats ligt aan de overkant van het meer, extra kilometers, maar het is niet anders. De plek is verlaten en echte kampeerplekjes zijn er niet, dus ruim ik een stuk aan het meer op, door alle stenen en dennenappels weg te rapen. De drooglijn haalt niet veel uit, de zon is al tever gezakt.  Ik stel mijn tentje op en kook mijn avondmaal die ik zoals gebruikelijk amper op krijg. De soep van bouillon blokjes gaat er altijd in, het is een warme, vetrijke en zoutrijke stroom die mijn lichaam broodnodig heeft.  Zoveel mogelijk onder het tentzeil stoppen en daarna de slaapzak in, mijn natte sokken geven me ijskoude voeten, iets waar ik in het vervolg een oplossing moet voor bedenken.
 
 
Woensdag 12 april Lewis Lake – Elk Lake
Van zodra mijn avondmaal met veel aandringen achter de kiezen zat, ben ik maar in mijn slaapzak gekropen, de enige plek waar je warm kan blijven zonder een marathon te lopen.  Ik ben dan ook vroeg wakker, nadat ik 11u in de zak gelegen heb.  De eerste regendruppels vallen iets na zessen op het tentzeil, mijn signaal om in actie te schieten. Tent opbreken en ondertussen ontbijt koken, alles valt in zijn routine.   Het regent niet te hard, dus blijft alles relatief droog vooraleer het in de rugzak gaat.   Mijn slaapzak is aan de buitenkant een beetje nat van mijn adem die gecondenseerd is, een teken dat het behoorlijk koud geworden is vannacht. Ik schat de temperatuur net boven het vriespunt, in België is het nu 20gr C.  Ik beloof mezelf nooit meer te klagen over het weer bij ons thuis, hier regent het zeven maanden per jaar. Ik vermoed dat er grote feesten gegevens worden als de zomer eindelijk aanbreekt, ik kijk er alvast naar uit.  Om 7u45 ben ik al aan het stappen, anderhalf uur om een tentenkamp af te breken en ontbijt te koken in je eentje is niet slecht, al zeg ik het zelf. Ik heb mijn laatste paar droge sokken aangetrokken, de plastic hoesjes erover getrokken, want mijn bergbottines zijn onmogelijk om nog droog te krijgen. Al mijn hoop is op de hut gevestigd aan Elk Lake, waar ik hoop te eindigen vandaag.  Vanwege het slechte weer heb ik een plannetje bedacht om tijd en afstand te winnen. Op de kaart heb ik een fsr (Forestry Service Road) route gezien die door de houthakkers gebruikt wordt om boomstammen af te voeren. Die is breed en vlak en loopt zoveel makkelijker als de sct trail die over boomwortels en omgevallen stammen voert.   Ik kruis de fsr weg na een paar kilometer trail vanaf spring lake.   Hij loopt lichtjes naar beneden en ik besluit ervoor te gaan.  Een paar kilometer flink door stappen, het voelt zalig aan.  Ik zal verderop de hoogtemeters moeten goed maken, want we moeten omhoog tot 800m vandaag.  Mits de gps vind ik een in onbruik geraakt oud spoor dat steil omhoog loopt, waarna ik bij een open plek kom waar alle bomen gerooid zijn.  Nog een paar kilometer verder kom ik opnieuw aan de sct trail.  Ik heb zo vlot een paar kilometer trail ontlopen, maar vooral heb ik het dubbel zo snel afgelegd.   Helaas is het vervolg van de trail een kerkhof van omgevallen bomen, waarvan enkele een heuse klauterpartij vergen om voorbij te komen.  Er komen ook wat sneeuwvelden, maar ik slaag er nog in om zonder de slow shoes verder te geraken.  Bij marker 106km vind ik toch dat ik dikwijls genoeg door de sneeuwlaag ben gezakt om de trage schoenen aan te trekken.  Na tien stappen merk ik dat de verse voetstappen die ik al de hele tijd volg in de sneeuw, overgegaan zijn in sporen van sneeuwschoenen.  De man/vrouw die hier voor me was had dus op precies dezelfde plek ook de ingeving dat het welletjes was geweest.  Ik ben op minder dan anderhalve kilometer van de hut, maar het pad is steil en zonder de crampons onder de sneeuwschoenen zou er geen beginnen aan zijn.  Ik ben aan het einde van mijn Latijn, alleen de gedachte dat de hut om de hoek ligt geeft me energie om door te gaan. Al de hele dag heb ik visioenen van pelletkachels met drooglijnen erboven en een lekker geïsoleerde hut die ik opstook tot ongekende temperaturen. Het terrein wordt vlakker, de sneeuwlaag dus dieper, maar de sneeuwschoenen houden me boven het sneeuwveld.   Nog een laatste bocht en dan staat de hut er, mijn adem stokt.  Het  is een copie van Manzanita, een open hut, weliswaar met ramen aan één kant en een slaapzaal waar de wind vrij spel heeft, maar vooral géén kachel.   De moed zakt me in de schoenen, dit is een serieuze tegenslag.  Mijn kousen zijn ondertussen ook kletsnat en binnen enkele minuten stilstand zal ik staan bibberen als een espenblad.   Ik strip tot op het bloot vel en trek droge varianten aan, op de kousen na.  Mijn voeten zijn nat en ijskoud.  Ik droog ze af met een T-shirt en stop ze in mijn wollen mittens. Ik steek de multifuel stoof aan om warme soep te maken. Zo goed als mogelijk probeer ik om 1 paar kousen te drogen op de stoof, zonder ze in de fik te zetten.  Ik moet ook sneeuw verzamelen om water te maken, tentsloefjes zouden nu echt van pas komen.  Ik trek de plastic kousen over de mittens om telkenmale sneeuw bij te halen, tot ik een liter in mijn fles heb.  Voor alle zekerheid nog even steripennen met uv-licht om alle onheil te vermijden.  Vervolgens installeer ik mijn matje en slaapzak op de bovenste verdieping, maar de wind maakt het ondraaglijk.   De enige shelter die de wind kan verminderen is mijn tent.  Al bibberend plooi ik de tent op de slaapzolder open en leg mij zo snel mogelijk met matje en slaapzak in de tent.  Ik kruip diep in de slaapzak en thermo liner en probeer de kousen en mittens verder te drogen op mijn schouders.  Het duurt een hele poos vooraleer ik wat gevoel in handen en voeten terug krijg, maar het lukt. Ik moet er helaas nog terug uit om te koken en een spot signaal naar het thuisfront te zenden.  Voorlopig blaast een storm ijskoude lucht door de zolder en dendert de regen op het metalen dak van de shelter.  Had ik een half uurtje latet aangekomen,was ik nu een verzopen waterkieken.   Mijn hiking begint stllletjes aan een survival tocht te worden, ik blijf bij mijn plan om de tocht af te breken aan Dixon road, rond de 140km marker.  Het laatste stuk gaat immers tot 1300m en met de huidige sneeuwniveaus is dat gewoon niet verstandig. Morgen klimmen we naar 1000m,ongetwijfeld met veel sneeuw, hopelijk valt de trail mee,  want 14km op sneeuwschoenen is een hele eind. 
 
 
Donderdag 13 april Elk Lake – Walt Hill
Mijn constructie met de tent en de slaapzak met liner hebben me warm gehouden vannacht. Ik heb de sokken die ik op de stoof heb proberen te drogen, de ganse nacht aangehouden en ze zijn droog.  Alleen jammer dat ik ze in de plastic overschoenen moet steken voor sneeuw te halen om te koken.  Tent booties staan met stip bovenaan op de shopping list, naast een nieuwe muts en stapkousen wegens gesmolten in het droogproces.   Ik neem een dubbele portie havermout en probeer zoveel mogelijk in beweging te blijven door spullen in te pakken tijdens het koken. De open architectuur maakt het niet echt  comfortabel met temperaturen net boven het vriespunt. Het is gestopt met regenen, tijd om de monstertocht naar Walt Hill aan te vangen. De markers zijn moeilijk te spotten, maar ik reken erop dat het spoor van de voorgaanden me in de goede richting zal leiden.   Het is ook een stuk makkelijker stappen als je dezelfde passen aanneemt, je komt dan in samengedrukte sneeuw terecht en dat stapt echt een stuk makkelijker.   Ik zie af en toe een marker voorbij komen, maar ik check toch geregeld met de GPS waar ik ben.  Ik wil de afslag niet missen, want vooruitgang is traag op sneeuwschoenen en een omweg zou me in tijdsnood kunnen brengen. De grootste obstakels zijn de omgevallen bomen en nog meer de beekjes die de dikke sneeuwlaag doorklieven, waardoor je een loodrechte wand aan beide zijden moet trotseren op sneeuwschoenen.  Het vergt energie en het kost tijd, ik vermoed dat ik slechts 1km per uur haal, dat is te weinig voor 14km. We kunnen enkel hopen dat het verderop beter wordt.  Jammer genoeg is het omgekeerde waar,   het spoor dat ik volg draait af naar Duck Lake en ik moet linksaf de steile helling op richting Walt Hill.  Steil wordt hier naar een nieuw niveau getild, vooral op sneeuwschoenen is er bijna geen beginnen aan. De uren tikken verder en ik heb nog massa’s kilometers af te leggen, de eerste twijfels beginnen te komen.   Vanaf hier moet ik zelf een spoor trekken en dat vreet opnieuw energie die stilletjes aan aan het opraken is.  Ik kan me niet permitteren lang te stoppen, want alles is kleddernat en dan krijg ik het door en door koud.  Op twee korte pauzes voor een snack en een slok water ben ik vandaag nog niet gestopt. De sneeuw stapelt hoger en hoger naarmate ik de berg op klim.  Het sneeuwt nu ook vrij hard, nog beter dan regen bedenk ik mezelf.  Ik raak het spoor van de trail kwijt en moet improviseren op loodsteile hellingen. Sommige plekken zijn op het randje, als de sneeuw me niet houdt, dender ik tientallen meters naar beneden en dat zou behoorlijk slecht nieuws zijn.  Zelfs als ik een sos zou kunnen uitsturen, wat al twijfelachtig is met al die bomen, dan nog zou het een dag duren vooraleer iemand me kan bereiken.  Ook voor mijn eigen positiebepaling moet ik een open plek tussen de bomen opzoeken, anders is het gps signaal te zwak.   Het is al na vier uur en ik heb nog evenveel kilometers te gaan, mijn energie is op en ik ga over op plan B, de noodshelter.  Er zou op 1km een noodshelter, AKA the Walt Hilton, moeten zijn en ondanks dat alles nat is, lijkt het mij de veiligste optie om die shelter te gebruiken, ook al is die primitief. Als ik het risico neem om verder te stappen, riskeer ik in het donker de hut niet te vinden en dan is mijn tent de laatste optie. Het sneeuwt nu keihard en ik raak het spoor voor de zoveelste keer kwijt. Deze keer is het zo erg dat ik ook de hoogtelijnen op de kaart totaal verkeerd interpreteer.  Ik zie de bergflank, maar die kan onmogelijk op die plaats liggen volgens mijn gevoel.  Zonder mijn fout te beseffen, stap ik verder in de verkeerde richting, ervan uitgaande dat mijn gps problemen heeft met het signaal.   Na een kwartier slaat een lichte paniek toe, dit gaat niet goed komen,ik ben de noodshelter voorbij gestapt omdat ik naast de trail zat, mijn enige optie is nog om de hut te bereiken, die drie kilometer verder ligt.   Even diep adem halen en logisch nadenken, wat doe ik verkeerd?  Ik haal mijn oerdegelijk kompas boven uit mijn CM periode, toen gps nog niet bestond en tot mijn verbazing moet ik inderdaad totaal de tegenovergestelde richting uit dan mijn gevoel.   Ik stap een stuk die kant op en volgens de GPS kom ik nu dichter in de buurt van de trail.  Ik gebruik beide tools gelijktijdig en kom aan de steile hoogtelijnen op de kaart.  Hier zie ik mijn redeneringsfout,  het is een steile afgrond ipv een steile helling, dat verklaart veel.   Nog beter  nieuws is dat de sneeuw steviger is naarmate ik stijg en ik kom nu sneller vooruit. Al moet het op handen en voeten, ik zal die hut bereiken.  Ik weet niet waar mijn lichaam de energie blijft halen, maar in een leven of dood situatie geef je het niet zomaar op, dat is duidelijk. Ik blijf ploegen door de sneeuw, wetende dat ik nog een uur daglicht heb.  De markers zijn opnieuw vanonder de sneeuw gekomen en dat scheelt een stuk aan snelheid.  Een laatste keer raak ik het spoor bijster, maar mijn gevoel brengt me nu wel in de juiste richting. Opeens zie ik in mijn rechter ooghoek, niet eens zover weg de contouren van de hut opdagen. Emotie, zoveel is zeker, blijdschap en trots vermengen zich en er is meer, gsm ontvangst zodat ik mijn oudste zoon gelukkige verjaardag kan wensen, al is het in België al een dag later.   Het is lang wachten tot het spot signaal verzonden is, tot die tijd wil ik de natte spullen niet uittrekken, ze opnieuw aandoen om de spot terug te halen, lijkt me ondenkbaar.  Vijftien minuten (de tijd om het spot signaal te versturen) zijn lang en ik wil de ganse binnenkant van de hut niet nat maken, aangezien ik op kousen zal rond lopen. Ik houd me warm met de sneeuwschop en maak de ganse inkom sneeuwvrij.   Als het langste kwartuur van mijn leven voorbij is,  strip ik tot op mijn bloot vel en trek droge spullen en halfnatte sokken aan.  De pelletkachel gaat in de fik en ik span een drooglijn boven de kachel. Eerst die halfnatte sokken drogen en dan wat vocht naar binnen werken.  De inspanning was zo groot dat ik geen zin heb in voedsel, iets wat ik vaker heb.  In plaats van een zak droogvries ga ik aan de snacks, want voedsel is warmte.  Het is ondertussen donker en ik slaap naast de kachel, de opening naar de slaapzolder sluit ik af met een dikke slaapmatras, kwestie van de warmte beneden te houden. Ik vermoed dat de temperatuur tot zo’n zes graden onder nul zal zakken, dus stook ik de keet zo goed mogelijk op.   Rond tien uur is het thuisfront wakker en het doet deugd om een bekende stem te horen. Comfort at last,  deze hutten zijn goud waard en ik ben ervan overtuigd dat ze levens kunnen redden.  Ik besluit een dagje extra te blijven, ik heb voldoende proviand en mijn lichaam zal de rust kunnen gebruiken. 
 
 
Vrijdag 14 april Walt Hill 
Het is toch behoorlijk fris in de hut, want de pellet kachel blijft maar een uurtje draaien zonder aandacht.   Ik stook hem opnieuw in gang en begin aan het ontbijt. Mijn armen en benen voelen aan alsof ik door een truck ben aangereden. Dit is voor het eerst dat ik last heb sinds de start van de sct, een bewijs van de uitzonderlijke prestatie van gisteren.  Mijn spullen zijn nog verre van droog, iets waar ik me de komende uren kan mee bezig houden.  Net als het zoeken van een nieuwe host, want Terry haar dochter komt op bezoek en er is slechts 1 extra bed. De dag wordt gevuld met dagboek schrijven, kokkerellen met een blik spam (lijkt op corned beaf, maar dan met varkensvlees)  en wat pasta die iemand in de hut achter gelaten heeft.  De wolken geven in de namiddag eindelijk hun geheimen prijs, zodat ik toch beloond wordt voor het zwoegen van gisteren. De pelletkachel vreet pellets aan de lopende band, zodat ik hem gedurende de dag laat doven om brandstof te besparen.  Ik heb toezegging van een nieuwe Couchsurfing host, dus zit een douche er wel in als ik morgen de berg af geraak.  De eerste twee markers heb ik al gezien, die zijn op weg naar de outhouse (buiten toilet).   Ik moet ‘slechts’ 11km trail afwerken en dan enkele km asfalt om tot op highway 101 te geraken, de enige hoofdweg van het eiland.   Mits wat geluk kan ik terug liften naar Powell River en zit de sct er voor mij voorlopig op. Het derde gedeelte met Mt Troubridge zal moeten wachten tot de sneeuw wat gesmolten is, want die is nog 200m hoger dan Tin Hat mtn, dus kan ik me iets voorstellen bij de sneeuwhoogtes aldaar. 
    
Zaterdag 15 april Walt Hill – Powell River
 Het dagje rust heeft me deugd gedaan en het sneeuwt niet.  Mijn spullen zijn min of meer droog geraakt en nu moeten we alleen nog naar beneden geraken zonder kleerscheuren.  De sneeuwschoenen dragen me over het maagdelijk tapijt via de twee zichtbare markers tot aan de outhouse. Omdat dit de Zuidelijke helling is, zijn de markers duidelijk zichtbaar en zou ik normaal vlot de trail moeten kunnen volgen.  Volgens Eagle zal de sneeuw ook snel verminderen, eens ik aan de afdaling begin.  De man kent de trail als zijn broekzak en na een uurtje dalen kan ik mijn sneeuwschoenen losmaken.  Niet dat er geen sneeuw meer ligt, maar met wat acrobatie lukt het om dat op de bottines te verwerken.  De achteruitgang van het bos door grote stukken weg te kappen is hier misschien het meest duidelijk.  De lege plekken zijn een bewijs dat de mens alles doet voor geld.  Er worden kleine stompjes terug geplant, maar het duurt nog vijftig jaar eer die een boom zullen worden en dan staan ze allemaal netjes in de rij te wachten om opnieuw gekapt te worden.  Niets zal nog lijken op het door mos overgroeide regenwoud waar niemand in een paar honderd jaar een hand naar uitgestoken heeft.  Natuurlijk moet er een evenwicht zijn tussen ecologie en economie, maar de lokale bevolking krijgt helaas maar de kruimels van deze roofkap.  Slechts een handvol locals krijgt een job in de logging industrie, de taksen van de logging gaat naar de overheid in Victoria, de winst van de logging naar New York.  Dat is meteen ook de reden waarom de Sunshine Coast Trail zo belangrijk is.  Deze trail kan meer lokale jobs opbrengen als er meer en meer mensen de trail komen stappen.  Het is dus niet vreemd dat de trail en het gebruik van de hutten voorlopig nog gratis is.  Door eco-toerisme te stimuleren, kunnen er nieuwe jobs ontstaan die de huidige van de logging overstijgen en zo hopelijk de gemeenschap overtuigen dat er een einde moet komen aan de wildkap van eeuwenoude bomen die onvervangbaar zijn.  Ik passeer op de trail nog 2 gedekte tafeltjes, klaar voor een ‘afternoon tea and light refreshments’, alleen staan ze kilometers van de eerste berijdbare weg.  Na zo’n 11km kruis ik Dixon road, een verharde weg die me naar de Highway 101 zal brengen.  Ik ben net de 134km marker gepasseerd, voorlopig mijn laatste op de sunshine coast trail.  Mt.Troubridge laten we voor wat hij is, met zijn top boven de 1300m verwacht ik een eindeloze beklimming door de sneeuw en dat hebben we nu wel gehad.  Ik sla rechtsaf op Dixon en stap de laatste kilometers naar de hoofdweg.  Na vijf minuutjes liften stopt er een kerel die me wel naar Powell River wil brengen.  Ik word opnieuw voor de deur van Terry afgezet en het warme water stroomt weer in overvloed.  
 

Een week in het regenwoud

Morgen ben ik precies een week in Vancouver en ik heb het nog geen enkel moment weten ophouden met regenen.  Heather en Makoto zijn het gewoon en kijken gewoon uit naar de zomer wanneer het ‘droger’ zou moeten worden.  Er is dus blijkbaar een verschil tussen een ‘tropisch’ regenwoud en dat van Vancouver. Echt ‘tropisch’ kan je de temperatuur hier niet noemen, die schommelt tussen de acht en twaalf graden, tenzij je de bergen intrekt, dan koelt het flink af.  Mijn week heb ik gevuld met organisatie van Dee en aankopen van de spullen die ik niet heb meegebracht.  Zo heb ik een nieuwe rugzak gekocht, lichtgewicht tent en slaapzak.  Naast de duurdere spullen ook nog wat kleinere items zoals wandelstokken en berenspray.  Die spray krijg je pas nadat je een volledig document hebt ingevuld en je id is nagekeken, dat spul staat hier op de lijst van gevaarlijke wapens.  Aan de andere kant kon ik perfect een mes kopen, waarmee je in één klap iemand zijn hoofd van zijn romp kan hakken zonder dat er ook maar een vraag werd gesteld.  Waarschijnlijk kan je in Alaska op dezelfde manier aan een Beretta geraken, wait and see.  Ik heb mijn mes ‘my last hope’ gedoopt omdat naast het sprokkelen van hout het mijn laatste defensielijn is tussen mij en de predators die hier veelvuldig voorkomen.  Hopelijk heb ik het geen enkele keer nodig, want ik schat mijn kansen redelijk beperkt in.  De volwassen mannelijke zwarte beren wegen hier tot 300kg en dan spreken we nog niet van grizzly.  Mijn eerste bestemming, de Sunshine Coast is een plek waar de zwarte beren dagelijkse kost zijn en ze zijn al ontwaakt uit hun winterslaap.  In tegenstelling tot Kamchatka zullen ze dus iets meer op zoek zijn naar voedsel, ik ben benieuwd.  Deze middag zal de nieuwe compressor geïnstalleerd worden in Dee.  Ik kon geen werkplek vinden waar ik zelf het werk kon uitvoeren, maar een niet-officiële Land-Rover garage wou wel mijn onderdeel installeren tegen uurloon en dat bleek nog mee te vallen.  Als alles lukt, vertrek ik morgen uit Vancouver om middels een tweetal ferry’s naar de Sunshine Coast te rijden.  Powell River is een plek die zowat centraal ligt op de SCT (Sunshine Coast Trail) en daar wil ik Dee achterlaten.  Op die manier kom ik halfweg terug bij Dee uit en hoef ik niet zoveel droogvries mee te slepen.  Ik heb via Couchsurfing een gepensioneerde lerares gevonden die me een nachtje onderdak wil geven.  In Powell River kan ik ook in het bezoekerscentrum navraag doen naar de toestand van de trail.  Ik ben waarschijnlijk een van de eersten van het seizoen om de volledige trail aan te pakken, dus kan ik me maar beter informeren i.v.m. eventuele sneeuw op de route.  Van Powell River kan ik een bus nemen tot in Lund, waar het asfalt stopt.  Vandaar moet ik op een of andere manier naar Bliss Landing geraken, desnoods te voet door een extra dag te stappen.  Van daar moet ik nog een stukje noordelijker tot Sarah Point, waar de eigenlijke route start.  Er zijn een tiental onbemande hutten en nog veel meer kampeerplaatsen op de ganse route, benieuwd of ik de afstanden van hut tot hut kan halen met een zware rugzak.  Mijn spot gaat mee in de rugzak, zodat het thuisfront en de FB vrienden kunnen volgen waar ik ergens verblijf.  Na een dag of vier/vijf moet ik normaal de Noordelijke lus afgerond hebben en kan ik de bilan opmaken of ik het tweede stuk nog aandurf.  To be continued.

Sociaal experiment en poedersneeuw

De dag van het vertrek is dan toch gekomen, ik heb er met gemengde gevoelens naar uitgekeken.  Mijn reismicrobe is al lang aan het woekeren, maar afscheid nemen van je gezin is een zure bijwerking.  Mijn vrouwtje zet me af aan de luchthaven waar een dag eerder een herdenking van de aanslagen precies een jaar geleden plaats vond.  Ik passeer de bloemenruikers aan de herdenkingsplaat waar de bom ongeveer is afgegaan. Ik heb een enorme vracht bagage mee, twee zakken van precies 23kg elk en mijn gecombineerde handbagage schat ik ook in op zo een 18kg.  De vrouw aan de incheckbalie ziet er geen graten in, alleen de registratie van mijn ETA voor Canada blijkt moeilijker.  Ze gaat er maar van uit dat het OK is en ik krijg mijn instapkaarten voor de drie vluchten.  De eerste gaat naar Reykjavik, vervolgens Seattle en dan door naar Vancouver.  Aan de security check moet ik geen enkele handbagage openen, alles loopt op wieltjes.  Ik koop een doos Belgische pralines voor mijn Canadese vrienden en begeef me naar de gate.  Ook daar geen gedoe met mijn handbagage, er is zelfs in-flight entertainment in economy.  Alleen een hoofdtelefoon moet je zelf meebrengen, daar heb ik aan gedacht.  Ik heb ook mijn broodjes gesmeerd voor de lange vluchten, ook die gingen vlot door de scanner van de security.  Drie uur later blaast een ijskoude wind me bijna van de trap naar de tarmac in Keflavik.  Altijd thuiskomen in Ijsland, hoe jammer dat ik hier slechts anderhalf uur mag verblijven.    Mijn bagage is doorgelabeld naar Vancouver, dus daar hoef ik me geen zorgen over te maken.  Een paar broodjes later mag ik al aanschuiven voor de bus die me naar een ander Icelandair toestel brengt op de tarmac.  Gelijkaardig toestel, zelfde films, alleen een veel langere vlucht.  Zeven en een half uur vliegen naar Seattle, tegen de klok in, het gaat een lange dag worden.  Rond vier uur in de namiddag land ik in Seattle, op mijn interne klok is het al 22u.  Nu volgt een lay-over van meer dan vijf uur, dat is balen.  Via de intercom krijgen we te horen dat alle bagage van de band moet genomen worden, ook die van de transit passagiers.  Mijn twee zakken komen tevoorschijn en ik moet ze iets later terug afgeven voor transit, ze zijn op zijn minst tot in Seattle geraakt.  Ik koop de zoetste koffie die ik ooit gedronken heb in Starbucks, die Amerikanen hebben duidelijk een suikerprobleem.  De vermoeidheid slaat hard toe tijdens de lange wachttijd en ik probeer de tijd te doden met een aantal films op mijn tablet.  Mijn naam wordt afgeroepen voor controle van de ETA, dat is blijkbaar nog steeds een probleem.  Er komt een special agent aan te pas die non-US passen kan verwerken en ik krijg toch een groen licht voor de vlucht naar Vancouver.  Iets na 23u gaat de gate eindelijk open en kan ik me laten neerstorten in een van de zetels van Air Alaska.  Op mijn interne klok is het nu 7u ’s morgens en ik ben uitgeput.  Ik voel het vliegtuig nog net opstijgen en daarna gaat het licht uit tot ze me wakker maken om de custom declaration voor Canada in te vullen.  Het is een korte vlucht van minder dan een uur, maar ik geraak op mijn eindbestemming rond 0u30.  Douane gaat vlot, note to self : geen grapjes maken Kris.  De bagage laat wat langer op zich wachten en de grijze zak met onderdelen van Dee heeft een label SUS gekregen.  Ik vermoed dat ze hier Willy Vandersteen niet lezen, dus kan het enkel betekenen dat ze de inhoud niet zo kosjer vonden.  Ik speel het spel eerlijk en laat het label hangen, alleen zet ik er mijn tweede zak toevallig bovenop.  Er zijn op dit uur nog vier vluchten aangekomen en het is een stormloop op de uitgang met trolleys die nog zwaarder geladen zijn dan die van mij.  De douane beambte moet zich beperken tot het aannemen van de declaratieformulieren, anders is er geen beginnen aan.  In de aankomsthal zit mijn vriend op mij te wachten, altijd leuk om een bekend gezicht te zien als je een halve wereldbol bent rondgevlogen.  Zijn auto kreunt onder de bagage, maar rond 2u komen we toch aan bij zijn woning in North Vancouver.  Hij moet morgen uit werken, dus crash ik in de logeerkamer voor een monsterslaap.  Die eindigt precies zes uur later, klaar wakker kijk ik naar de wekker en tot mijn verbazing is dat een perfect uur om op te staan in Canada.  Vandaag wil ik de batterij van Dee aanpakken, zonder stroom krijg ik enkel de bestuurdersdeur open met de sleutel.  Dee staat tot op de blokken gezakt in de hoek van een parkeergarage, weinig kenmerken van de moedige krijger die de moerassen van Mongolië heeft getrotseerd.  De binnenkant is spic en span dankzij een professionele reinigingsbeurt nadat hij vol schimmel was aangekomen vanuit Vladivostok.  Ik kan ook niet aan de gereedschapskoffer, dus neem ik enkel een foto van de gegevens op de batterij.  Als je hier de straat uitwandelt, stoot je meteen op een riviertje dat net zo goed de Semois kon zijn, alleen ligt die hier midden in de stad.  Ik zie een watervliegtuig over vliegen, de dingen zijn hier toch net iets anders dan bij ons.  Er is een midas om de hoek en ik stap binnen om een offerte voor mijn batterij te vragen.  Uiteraard hebben ze hier geen diesel Disco’s, dus duurt het even vooraleer de offerte uit de printer rolt.  Zonder verpinken geeft ze me het formulier, 550 CAN$ voor de batterij en 65 CAN$ aan werkuren, zonder verpinken dank ik de dame en stap naar buiten.  Hier gaan we weer, als er ergens het woord Land Rover op geschreven staat, verviervoudigt de waarde ervan, leuke marketingstrategie, maar minder als je zelf een onderdeel wenst te kopen.  Ik probeer dan maar wat aankopen te doen in het shopping center dat op een kleine kilometer stappen ligt.  De Walmart die daar gevestigd is heeft scheerschuim en tandpasta in overvloed en er is zelfs een kleine auto afdeling met batterijen.  De Indiër die de toonbank bedient kan me enkel een vervangmodel voor een benzine LR3 opgeven, maar ik meet die batterij zorgvuldig na vooraleer ik de winkel verlaat.  Ik koop ook een rolmeter en een ringsteek sleutel set, zodat ik de batterij uit Dee kan halen en hem nameten.  Een uurtje later blijken de maten perfect overeen te komen met die van de Indiër zijn batterij, alleen moet ik dit blokje beton tot in de Walmart zien te krijgen.  Een brainstorm sessie met een boterham erbij later kom ik op het idee om het pulkaharnas dat ik gekocht heb te testen door de batterij op mijn rug te hangen en naar de Walmart te stappen.  Met het klimtouw dat ik meegebracht heb knoop ik een draagsysteem in elkaar met een extra lus over de schouders om de vijfentwintig kilo te helpen dragen.  Het duurt even eer mijn constructie operationeel is en het ziet er op zijn zachtst uitgedrukt een beetje vreemd uit om met een loodzware batterij op je rug rond te lopen.  Het wordt meteen een sociaal experiment, hoe geraak ik in hemelsnaam bij klaarlichte dag in een druk shopping center binnen, eruit ziende als een zelfmoord terrorist met een bommengordel rond zijn lichaam.  Op de straat lijkt niemand er erg in te hebben, aan de bushalte kijkt niemand raar op als ik voorbij kom gestapt, zwaar voorover buigend, met beide handen trekkende aan het touw over mijn schouders.  Bij de ingang van de shopping mall ben ik op mijn hoede, ik wil niet neergeschoten worden door een security agent, maar die is er niet.  Ik wandel rustig naar binnen, recht op mijn doel af, de Walmart in het centrum.  Ik ben honderden mensen gepasseerd en niemand keek ook maar verbaasd op, ik wandel zonder enig probleem de Walmart binnen, ook daar geen security.  Het is het zoveelste bewijs dat onze maatschappij zich niet kan beschermen tegen terrorisme, een bom van 25kg zou een ongekende ravage kunnen aanbrengen en na alles wat er in de wereld gebeurd is, is het vandaag nog steeds mogelijk.  Alleen de Indiër is een beetje verbaasd als hij me ziet aankomen.  Waarom heb je de auto niet tot hier gereden, vraagt hij ?  Als ik de wagen tot hier kon rijden, had ik geen batterij nodig, niet ?  Waarheid als een koe, voor 176 CAN$ koop ik een nieuwe batterij die ik op dezelfde manier op mijn rug knoop en ik begin aan de omgekeerde tocht naar de garage van Dee.  Aan een oversteekplaats voor voetgangers staat een politie cruiser net voor het stoplicht en ik kruis de wagen met mijn zelfmoordpakket op de rug, opnieuw zonder enige reactie.  Een uurtje later zit de nieuwe batterij in Dee en is het moment suprême aangebroken.  Ik draai de sleutel om en Dee komt tot leven, ik clear eerst alle foutberichten uit zijn computers en probeer hem dan te starten.  Van bij de eerste poging slaat de motor aan en even later staat hij weer te purren alsof hij hier gisteren werd neergezet, love you Dee.  De tweede batterij vertoont ook geen leven meer en die moet ik vanachter de koelkast zien te demonteren.  Ik heb een batterijlader nodig, aangezien de ingebouwde lader niet werkt op 110V zoals ze gebruiken in Canada en de US.  Opnieuw een wandeling naar de Walmart, meteen regel ik ook een Canadese sim kaart voor de duur van mijn verblijf.  ’s Avonds ontmoet ik voor het eerst Heather opnieuw, als ze thuiskomt van haar werk.  Makoto slaat aan het koken en even later zitten we allemaal samen aan de dis, mijn jetlag probeert me onderuit te halen, maar ik haal 22u vooraleer ik neerstort in het logeerbed.  Een woelige nacht in stukjes van anderhalf uur, hoe ouder je wordt, hoe lastiger die jetlags blijken te worden.  De wekker staat om 6u, want Heather en Makoto willen samen met vrienden een dagje gaan skiën in Whistler, een bekend skioord op anderhalf uur rijden van Vancouver.  Ik zou het bijzonder onbeleefd vinden om niet mee te gaan, ook al heb ik geen skimateriaal meegebracht.  Ik raap wat spullen bij elkaar die wel kunnen werken bij het skiën en ik huur een setje latten en schoenen in Whistler Creek.  De latten zijn loodzwaar en twee keer zo breed als die waar ik normaal mee ski, maar ze zien er hier allemaal zo uit, ik ben benieuwd.  Er is nog een bevriend koppel meegekomen en Dave heeft randonneé bindingen op zijn monsterlatten, net als Makoto die touringbindingen heeft.  De jongens skiën hier al samen sinds ze konden recht staan en Heather skiet voor de tweede keer, nadat ze overgestapt is van het snowboarden.  Ik moet dus kiezen of ik drie pistes per dag ga doen of mijn leven ga riskeren met deze twee wildebrassen.  Een verstandig man zou voor het eerste gekozen hebben denk ik bij mezelf, als ik na tien meter vanaf de top van de eerste zetellift een duik in de diepsneeuw heb genomen en als een yeti lig te spartelen om mijn ski’s terug te vinden, laat staan ze terug aan te krijgen in deze poederlaag.  Dave en Makoto staan wat verder te giechelen, het gaat een lange dag worden.  Nu heb ik ooit wel een keertje geoefend in de poedersneeuw, maar dit is andere koek.  De pistes zijn niet geprepareerd zoals in de Alpen, het heeft 15cm gesneeuwd en enkel paaltjes geven het ‘gewone’ pad aan.  Niemand lijkt die te volgen, de ganse berg is voor de Canadezen bruikbaar en de talloze dennenbomen gebruiken ze als paaltjes.  Vijftien minuten later nemen ze me al mee om te slalommen tussen de bomen, ploeterend door sneeuw die zelfs op de latten tot kniehoog komt.  Ik ga geregeld onderuit, maar ik merk vooruitgang in mijn techniek en achteruitgang in mijn quadriceps.  Tegen 13u30 ben ik bekaf en blij dat er sprake is van een hapje.  Het restaurant is volgepakt en de sneeuw ligt twee meter hoog voor de ramen.  Het is een goed jaar geweest zegt Makoto, het is uitzonderlijk dat er verse sneeuw valt eind maart.  Het sneeuwt al de ganse dag en in de namiddag komt daar nog een lentebries bij van zo’n 50 kilometer per uur.  De mist hangt rond te toppen, het zicht beperkt tot 20m.  Een typisch dagje in Whistler zegt Dave, deze dagen zijn eerder de norm dan de uitzondering.  Goed, ik ben geen Whistler maagd meer, heb nog alle ledematen en ik kan nu een stuk vlotter in de diepsneeuw naar beneden komen, maar ze hebben nog een afscheidscadeau in de aanbieding.  De peek to creek route loopt van het hoogste punt van Whistler tot aan de parking in Creek, gelijkaardig aan de afdaling in Ischgl, alleen nu in de poeder tussen de dennenbomen.  Ik moet geregeld stoppen om mijn benen te laten recupereren en met totaal verzuurde spieren moet ik door de zware sneeuw op de lagere hellingen van Whistler.  Een ervaring rijker, zoveel is zeker.  Ik weet nu ook waarom de skilatten hier dubbel zo breed zijn als die van bij ons.

Alaska and the North 2017

2017-03-14 10.20.51

Ze zeggen dat de tijd sneller gaat naarmate je ouder wordt en niets is minder waar.  De zes maanden aan het thuisfront zijn voorbij geflitst en ik kan het bijna niet geloven dat ik volgende week terug de hort op ga voor een periode van zes maanden.  Ik heb seizoen 2017 “Alaska and the North” gedoopt omdat het lekker bekt, maar de huidige plannen zullen zich voor het grootste gedeelte in Canada afspelen.  In tegenstelling tot vorig jaar, waar mijn avontuur begon op de oprit van mijn woning, moet ik nu naar een ver land vliegen, waar ik nooit eerder ben geweest.  Dee heeft de reis van Vladivostok naar Vancouver per container afgelegd en staat nu hopelijk bij een jong koppel die ik welgeteld 1 dag heb ontmoet in Ulanbataar (Mongolië).  Eerst op de agenda staat het terug rijklaar krijgen van Dee.  Een nieuwe batterij is prioriteit #1, deze ging al sputteren in Siberië, dus na zes maanden zonder laadstroom zal deze definitief de geest gegeven hebben.  Verder heb ik een upgrade van de compressor gekocht voor de luchtvering en neem ik alvast een achterste poot mee voor Dee.  Deze zag er al zorgwekkend uit in Altai (Rusland), maar heeft toch nog de hel van Mongolië overleefd.  Meer onderdelen kan ik niet meenemen in mijn bagage, dus zal ik de rest in Canada moeten kopen.  Zo moet de daktent terug vastgemaakt worden aan de roofrack en nog een resem kleine klusjes vooraleer we terug op pad kunnen.  Ik heb nu wel een flexibeler reisplan dan vorig jaar, met slechts 2 visa is dit seizoen “simpel”.  Geografisch speelt dit seizoen zich behoorlijk in het Noorden af, zoals de titel al laat vermoeden.  Het verschil in breedtegraad tussen Vancouver en Alaska is groter dan je zou denken, de temperaturen eind maart verschillen dan ook enorm tussen beide locaties.  In Alaska vriest het nog steeds stenen uit de grond, terwijl de lente zich stilaan aanbiedt in BC (British Columbia).  Ik zal dan ook wat trekkings doen rond Vancouver vooraleer ik zachtjes naar het Noorden opschuif.  De grootste parken van BC en Alberta wil ik aandoen voor ze open gaan om de drukte voor te zijn.  In 2017 bestaat Canada 150 jaar en dat vieren ze met gratis toegang tot alle nationale parken.  Ik heb mijn pas al per post ontvangen, aardig van die Canadezen.  Als alles vlot verloopt met Dee wil ik de Sunshine Coast Trail (SCT) als eerste aanpakken.  Met zijn 180km is het de langste trail van BC, maar er zijn op geregelde afstanden schuilhutten die wat meer bescherming bieden tegen de talrijke beren die op dat moment uit hun winterslaap komen en misschien wat honger hebben.  Er zijn trouwens nog meer dieren die ervoor zorgen dat je niet meer bovenaan de voedselketen staat in het ruige Noorden.  Zo zijn elanden de grootste bron van verwondingen, (zelfs met dodelijke afloop) in Alaska en Yukon.  Er lopen ook poema’s rond, al zijn aanvallen op mensen zeldzaam.  Degene die het meest tot de verbeelding spreken (en zeker die van mij, na Kamchatka) zijn natuurlijk de beren.  Zwarte beren komen het meest voor, gevolgd door de grizzly’s naarmate je Noordelijker komt.  Helemaal in het Noorden komen daar dan de ijsberen bij die bij gebrek aan pakijs op de kusten van Alaska en de Northwest Territories gedreven worden.  Predators genoeg dus, ik zal wat pepper spray en ander spul moeten aanschaffen bij mijn aankomst in Vancouver.  Tegen begin Juni wil ik in Alaska aankomen, dan komt een vriend voor tien dagen op bezoek uit België.  In Augustus komt het gezin op vakantie in Vancouver en dan sluit er nog een oude bekende aan voor een rondje Washington.  Afsluiten doen we met een weekje Ijsland in september, ik heb zo het gevoel dat ik weer wat foto’s ga verzamelen.  Bloggen ga ik iets minder intensief doen als vorig jaar, de focus zal dit jaar liggen op het beleven van de natuur en het buitenleven.  Ik zal geregeld een verhaal posten, maar niet meer op dagelijkse basis zoals voorheen.  De grote verhalen komen op de website www.funandadventure.be, kleinere posts kunnen evt. via Facebook gebeuren op de Fun&Adventure pagina.  D-day op 23 maart a.s.

Lezing Mongolia and beyond 2016 op 16 december !

lrmoniaq3-2

Voor degenen die het allemaal nog eens opnieuw willen beleven, of voor wie er nog nooit van gehoord heeft, geef ik een lezing in het schooltje van Kwatrecht op 16 december aanstaande.  Inkom is gratis, maar graag een bevestiging op de FB event als je komt, zo kunnen we het organisatorisch in goede banen leiden.

Link FB event : http://www.facebook.com/events/1794601010758107/

EN ELVIS LEEFT !

9/11-2016

De radiowekker loopt af om 6u45, er is een extra nieuwsbericht met slechts 1 item : het ziet er naar uit dat Trump de verkiezingen in de VS gaat winnen.  Ik kan maar één zinnetje verzinnen : “EN ELVIS LEEFT !” Eerlijk is eerlijk, deze had ik niet zien aankomen.  Ik doe geen oog meer dicht, hoezeer ik ook probeer om nog wat verder te dutten.  De laatste keer dat ik dit gevoel had, stond ik met hetzelfde ongeloof naar een beeldscherm te kijken in een kopstation van Telenet.  Ik was een bekabeling voor de telecomoperator aan het uitvoeren toen de radio het nieuws meldde.  Toen kon ik het ook niet geloven en enkel de beelden konden me overtuigen.  Even  later zag ik het tweede vliegtuig zich in de Twin Towers boren, live op televisie.  In één ding zijn ze alvast niet te kloppen, die Amerikanen, ze beheersen de media en brengen al hun rampen live op onze schermen.  Dat het in onze kalender toevallig ook op 9/11 moet gebeuren, laat ik nog in het midden, kalenders zijn van papier en volgend jaar krijgen we er een nieuwe.  Ik blijf met één pertinente vraag in mijn maag zitten, “hoe is het zover kunnen komen ?” Niet de vraag hoe het kan dat Trump president dreigt te worden, die kans bestaat nu eenmaal als je als presidentskandidaat voor 1 van de 2 partijen overschiet, maar hoe is het mogelijk dat deze 2 figuren de enigen zijn die als geschikte kandidaat naar voor worden geschoven ?  De politiek kamt al jaren met gebrek aan geloofwaardigheid, maar dit is een nekschot voor de politiek, voor Amerika.  Ik heb dit jaar enkele vernoemenswaardige gebeurtenissen meegemaakt op mijn trip met Dee.  In Praag sliep ik op honderd meter van de Chinese president die er te gast was, in Vladivostok was ik op een paar honderd meter van Poetin, in Turkije was ik in een dorp waar een maand later een bom ontplofte en plots een “staatsgreep” in scène werd gezet.  Maar de Amerikanen hebben me in snelheid gepakt, ik ging normaal een berichtje posten dat Dee in Vancouver is aangekomen, dat hij binnenin vol schimmel zit en dat mijn nieuwe vriend aldaar hemel en aarde heeft moeten verzetten om hem uit de haven te krijgen, maar dat is klein bier vergeleken met dit nieuws.  We zijn al een paar weken aan het balanceren waar we onze volgende gezinsvakantie willen doorbrengen, Alaska of Canada ?  Vanmorgen was er weinig discussie, we gaan naar Canada.

Visa proces 2017 beëindigd

2016-10-26-11-12-29

Ik ben nu ongeveer een maand terug en nog volop fotoboeken aan het samenstellen, maar toch al volop bezig met het volgende seizoen met Dee.

Ik heb een nieuw paspoort aangevraagd, deels omdat het vol was, deels om lange gesprekken aan de US customs te vermijden.  Als je eenmaal landen als Iran en Rusland hebt bezocht, ben je al een halve terrorist in de visie van de VS.  Je kan dan niet meer de eenvoudige ESTA procedure doorlopen, maar een “iets” uitgebreidere visa procedure is wel mogelijk.   Eens ik mijn nieuwe paspoort in handen had, begon ik met de Canadese procedure.  Geen beperkingen van voorgaande landen die je bezocht hebt, alleen een online vragenlijst waarin je bevestigt geen terrorist te zijn.  Ik betaalde 7 CAN$ online en exact drie minuten later kreeg ik mijn ETA nummer in de mail, goed voor 10 jaar Canada.  In de VS is er een gelijkaardige procedure voor Belgen, alleen kan je maximaal 90 dagen in de VS verblijven en verlenging is niet mogelijk.  Ook is iedereen die de laatste 3 jaar in Iran of Rusland is geweest meteen uitgesloten van deze procedure.  De enige resterende optie is een toeristen visum aanvragen met een verplichte live interview procedure.  Je kan dus best geen vliegtuigtickets reserveren, want als de aanvraag een negatief advies krijgt, kan je je plannen voor de VS opbergen.  Dit zou meteen betekenen dat Dee op een eiland genaamd “Canada” zou komen vast te staan.  Niet meteen een klein eiland, maar toch zou opnieuw een duur transport nodig zijn om de VS over te steken.  Ik begin dus maar aan de vragenlijst waar geen einde aan lijkt te komen.  Niet alleen moet je je halve stamboom met exacte geboortedatums opgeven, je hebt ook een Amerikaanse contactpersoon nodig.  Een Amerikaanse vriend die ik ontmoet heb via Polar Experience was gelukkig bereid om de honneurs waar te nemen.  Volgende stap is 160US$ overmaken op een bankrekening en wachten tot je het bericht ontvangt dat dit effectief aangekomen is.  Dan pas kan je een afspraak boeken om naar de ambassade te gaan voor je interview.  Ik krijg een tijdslot om 8u15 in de ochtend, een ideaal tijdstip als je dol bent op ochtendfiles naar en in Brussel.  De ambassade van de VS op de Regentlaan is een miniatuur uitvoering van Fort Knox, een parallel weg van de ring is ingepalmd door traliewerk van waarachter privé agenten de eerste defensielijn vormen.  Prima idee om hiervoor Belgen in te zetten, zo geraakt tenminste geen enkele Amerikaan gekwetst bij een eventuele aanslag en het is goed voor de lokale werkgelegenheid.  Er staat een rij aan te schuiven, want de ambassade gaat pas om 8u open.  Ik ben vijfde in rij en passeer de paspoortcontrole en de eerste metaaldetector.  Mijn naam staat op de lijst en ik mag verder naar poort 2.  Opnieuw paspoort en bezoekerslijst controleren, aanschuiven voor de volgende stap.  Wat volgt is gelijkaardig als in een luchthaven, alles door een scanner en metaaldetector.  Het is al na 8u15 als ik de grote wachtzaal binnenkom, het begint te dagen dat dit geen blitzbezoek gaat worden.  Ik heb een nummertje zoals bij buurtslagers gekregen en wacht geduldig tot mijn nummer op de schermen verschijnt.  Eerste loket, fotootje afgeven en merken dat je het verkeerde document hebt afgedrukt.  Ik heb wel het document met 2 barcodes mee, even scannen en dan moet die vragenlijst toch zó op het scherm verschijnen, toch ?  Euhmm, neen, ze hebben wel het internet uitgevonden, maar nog niet de toepassing ervan.  De vriendelijke man kan ze wel uit “het systeem” halen en afdrukken.  Opnieuw de wachtzaal in en wachten op de volgende beurt.  Vingerafdrukken scannen van alle 10 vingers en fotootje terugkrijgen, opnieuw de wachtzaal in die ondertussen volgelopen is.  Het is 9u45 en er is nog geen enkel interview afgenomen, mijn parkeerticket van 7 euro is zopas verlopen.  Omstreeks 10u kan ik mijn interview gaan afleggen, de eerste ontmoeting met een “echte” Amerikaan in deze ambassade.  Ik moet uitleggen wat mijn plannen zijn in de US en de enige vraag die ik krijg is hoe ik dit allemaal ga betalen ?  Het ligt op mijn tong om te antwoorden : “met US dollars, mevrouw”, maar vrees dat humor hier misschien niet op zijn plaats is.  Ik kies voor een meer “mainstream” antwoord en ik mag beschikken, mijn paspoort wordt binnen een week via de post naar huis gezonden.  Ik vind het een omslachtige procedure, maar gelukkig is er wel een positief resultaat.  Een visum van 90 dagen die ter plaatse kan verlengd worden, Dee hoeft dus niet opnieuw in een blikken doos aan het einde van volgend seizoen.

Dag 183 Kamchatka Dag 22

De wekker hoeft ons niet te wekken, Koenraad zorgt daar eigenhandig voor.  We nemen een laatste ontbijt en pakken de laatste spullen in onze reiszakken.  Omstreeks 10u zal een shuttle ons naar de luchthaven brengen, maar die geeft niet thuis.  Om half elf wordt een backup plan in werking gezet en komt een afgeleefde Dacia Logan die hier als Renault door het leven gaat aanzetten om ons naar de luchthaven te brengen.  Hij trekt het touwtje van het kofferdeksel stuk, zodat alles op de achterbank moet, waardoor ik een half uur als een sardien tussen de spullen geplet zit.  Het is druk aan de luchthaven, want de vlucht van Moskou is aangekomen en degenen die naar Moskou willen, komen aanzetten in de andere richting.  Er is een serieuze security check van aan de ingang van de terminal en ze halen mijn berenspray en flair uit de vele koffers eruit.  Het is een geruststelling dat ze hun werk serieus doen en het scheelt meteen wat gewicht om in te checken.  Ik laat de twee zakken opnieuw samen inpakken in folie, zodat ik praktisch maar 1 stuk bagage heb.  Opnieuw gaat alles door een scanner en metaaldetectors, gevolgd door een complete bodycheck en scan in een gesloten cabine.  De kleine vertrekhal zit bomvol en we wringen ons tot aan de incheckbalie van de bagage.  Ik heb 1 kilo bagage teveel, maar deze keer maken ze er geen punt van.  Ik kan niet naast Koenraad zitten, aangezien die reeds een stoel gereserveerd heeft.  Ik krijg wel een plekje aan het venster, altijd meegenomen op een mooie dag als vandaag.  Een laatste fris pintje om toch een zitplaats te pakken te krijgen en dan worden we met de bus naar de reuzenvogel gebracht.  Een Boeing 777-300 is geen alledaags vliegtuig, want het biedt plaats aan 403 passagiers, een klein dorp in deze contreien.  Met tien naast elkaar en iedereen een eigen scherm met entertainment on demand, een technisch hoogstandje, made in the USA.  Drie films en twee maaltijden later dalen we al af naar Moskou.  We komen eerder aan dan we vertrokken zijn vanwege de 9 tijdzones die we doorgevlogen zijn.  Waanzinnig dat je na 9 tijdzones nog steeds in hetzelfde land bent als je vertrokken bent, only in Russia.  Moskou is not Russia zegt bijna iedereen in Rusland die niet in de hoofdstad woont en daarmee bedoelen ze dat alles hier net iets anders verloopt als in de rest van het land.  Het is de meest Europese stad van Rusland en de prijzen gaan gelijk mee de hoogte in, net als de snelheid van het internet.  Koenraad heeft slechts een half uurtje tot zijn volgende vlucht en ik volg hem naar zijn gate.  We hebben nog net tijd voor een afscheidspint en daarna moet ik alleen meer dan zes uur wachten op mijn aansluiting naar Brussel.  Het is hier nog maar net na de middag, maar voor mij is het al bedtijd.  Geen idee wat de beste methode is, wakker blijven of een dutje proberen te doen ?  Een jetlag zal onvermijdelijk zijn, hopelijk hoef ik de rit van Zaventem naar huis niet achter het stuur mee te maken.  Er is geen entertainment op de laatste vlucht, maar dat is ook niet nodig, ik kan mijn ogen niet open houden.  Het is een verrassend korte vlucht naar Brussel en als ik wakker word zie ik de lichtjes van onze hoofdstad door het raampje schijnen.  Het voelt vreemd aan om na 6 maanden terug voet aan grond te zetten in eigen land.  Mijn bagage komt tevoorschijn op de bagageband en dat is altijd opgelucht adem halen.  In de ontvangsthal staat mijn vrouwtje met een brede glimlach op mij te wachten, ik heb geluk gehad in het leven.  Even later krijg ik toch de sleutels van de auto in de handen geduwd, mijn vrouwtje en Brussel zijn niet zo compatibel.  Er is voor een keer geen file en drie kwartier later rij ik mijn eigen straat in.  Alles lijkt precies hetzelfde, de buren zijn gebleven, de tuintjes, de huizen zien er net hetzelfde uit als zes maand geleden.  Het is alsof de tijd hier heeft stil gestaan, terwijl voor mij een tweede leven in sneltreinvaart is voorbij gekomen.  Het zal nog een tijdje duren om alle indrukken een plaatsje te geven, wat zeker is dat je nooit meer dezelfde persoon kunt worden na een reis zoals deze.  Het vervolg staat reeds in de steigers, we kunnen opnieuw beginnen dromen en plannen voor het volgende seizoen.  Bedankt aan iedereen die de blog gevolgd hebben, zo heb ik hem tenminste niet alleen voor mezelf en mijn gezin geschreven.  Het is een hele opgave om tekst en foto’s op dagelijkse basis bij te houden, maar het is een fantastische herinnering als je het later eens kunt nalezen in de zetel met een goed glas wijn.  Bedankt aan mijn gezin voor het begrip en het geduld en de ongelooflijke steun op moeilijke momenten.